Tim Hetherington & Full Battle Rattle

on . Posted in Events

Tim Hetherington

Rondom de tentoonstelling Infidel in Foam een programma in samenwerking met De Balie met vier films.

Zie de Foam-website voor meer informatie over de tentoonstelling en het filmprogramma. Hieronder de tekst van mijn korte inleiding bij Full Battle Rattle (Gerber en Moss, 2007). Een PDF versie is hier beschikbaaar. Een uitgebreide Engelstalige tekst over de Irakoorlogsfilm is opgenomen als laatste hoofdstuk in het boek The Neuro-Image en is als (korter) artikel hier te vinden. 

In het Hart van de Oorlogsmachine - Rondom Tim Hetherington

De film die vanavond op het programma staat rondom het werk van Tim Hetherington, is Full Battle Rattle, een fascinerende documentaire van Tony Gerber en Jesse Moss uit 2007 over een militair trainingskamp in de Mojave Woestijn waar Amerikaanse soldaten worden voorbereid op hun missie in Irak door middel van simulaties en rollenspellen. In plaats van veel over de film zelf te vertellen, wil ik deze heel in het kort in de context plaatsen van een hele reeks aan Irak (en andere) oorlogsfilms, en vervolgens uiteraard ook in de context van het werk van Tim Hetherington dat van afgelopen zomer te zien was in Foam.

De oorlogsfilm in een veranderend medialandschap

In het jaar 2007, vier jaar na de invasie van Iraq door het Amerikaanse leger in 2003 (en vier jaar voor de terugtrekking van de Amerikaanse troepen), in het midden van de strijd dus, verschenen er talloze films, over de ‘Oorlog in Irak’ en de soldaten aan het front. In deze periode verschenen ook verschillende fictiefilms over het front: Redacted (Brian de Palma, 2007), In the Valley of Elah (Paul Haggis, 2007), The Battle for Haditha (Nick Broomfield, 2007), Stop-Loss (Kimberley Pierce, 2007) and The Hurt Locker (Katherine Bigelow, 2008) om er maar een paar te noemen.Iraq in Fragments (James Longley, 2006), en Standing Operating Procedure (Errol Morris, 2008) zijn een paar andere noemenswaardige documentaires uit deze periode.  Full Battle Rattle zou op deze manier gezien kunnen worden als een film die past binnen dit genre van de Irak oorlogsfilm en maakt deel uit van een groter mediaspectrum van oorlogsfotografie, nieuwsmedia en film.

 

Vietnamoorlog 1955-1975

In zekere zin zijn de Irakoorlogsfilms vergelijkbaar met de films over de Vietnamoorlog zoals The Deer Hunter (Michael Cimono, 1978), Apocalypse Now (Francis Ford Coppola, 1979), Platoon (Oliver Stone, 1986), Full Metal Jacket (Stanley Kubrick, 1987) en Casualties of War (Brian De Palma, 1989). De Vietnamoorlog markeerde een belangrijk punt in de rol van nieuws- en oorlogsfotografie in de politiek van oorlogsvoering toen fotojournalistiek en de nieuwsbeelden uitgezonden op televisie een verandering van de publieke opinie teweeg bracht. Het was toen voor heet eerste dat verschrikkingen van de oorlog zo direct in ieders huiskamer in beeld werd gebracht en voor protesten (en uiteindelijk politiek kentering) zorgde. Maar wat de ervaringen van de soldaten aan het front betrof zagen we pas veel beelden achteraf, de meeste gemaakt in de vorm van fictie films na beëindiging van de oorlog in 1975. Hierin is een groot verschil met de latere Irakoorlogsfilms. Maar voor hier op in te gaan is het ook nuttig het verschil met de vorige Irakoorlog (1990-1991) ook in herinnering te roepen.

Golfoorlog 1990-1991

De kracht van de fotojournalistiek was zo groot in de Vietnam oorlogdat voor de volgende grote oorlog waar de Amerikanen direct bij waren betrokken, de Golfoorlog in de jaren negentig, de Amerikaanse overheid en leger een ander media offensief kozen. Dit was de tijd van CNN die voor het eerst 24/7 ging uitzenden: met name televisiebeelden waar niets op te zien was, behalve wat groene vlekken in nachtkijkers, en anchor men die de beelden duidden naar behoefte. Journalisten en fotografen kwamen niet dichtbij de frontlinies. Het leverde ‘spectaculair lege beelden’ op die Jean Baudrillard ertoe bracht om met zijn fameuze uitspraken in de krant Libération, ‘De Golfoorlog zal niet plaatsvinden’, ‘De Golfoorlog vindt niet plaats’, ‘De Golfoorlog heeft niet plaatsgevonden’,  de schijnoorlog op televisie te veroordelen.

Irakoorlog 2003-2011

Hoe anders is de situatie tien jaar later wanneer de volgende oorlog met Irak uitbreekt. In 2003 was het medialandschap wezenlijk anders dan in 1991: na het tijdperk van de doorbraak van commerciële televisie en beginnende internetcultuur (waar nog nauwelijks beelden over getransporteerd konden worden), was het internet begin 2000 al een tweede leven (web 2.0) begonnen. Elke soldaat aan het front heeft nu niet alleen wapens, maar ook camera’s, laptop en mobile telefoon bij zich. Van het front van de Oorlog in Irak verschenen er dan ook onmiddellijk videodagboeken  op Youtube waar soldaten talloze beelden en ervaringen rechtstreeks vanaf het front uploadden. Deze videodagboeken en ander materiaal door soldaten gefilmd aan het front zijn het uitgangspunt van veel Irak oorlogsfilms die rond 2007 uitkwamen.

Wat deze Iraq oorlogsfilms bovendien met elkaar gemeen hebben is dat het niet alleen films en documentaires over de oorlog zijn, maar ook dat in al deze films, zonder uitzondering, de media zelf een grote rol spelen. Dat dit met name in deze oorlogsfilms zo expliciet is, is geen wonder. Het maakt slechts expliciet duidelijk dat audiovisuele technologie van oudsher al verbonden is met oorlogstechnologie om de logistiek van de perceptie telkens weer te verbeteren (het werk van Paul Virilio War and Cinema (1989) is het vermelden waard in dit verband; hij geeft hierin een historisch beeld van de oorlogsgeschiedenis als een strijd om en met perceptietechnologie). Maar wat wel bijzonder is, is dat de hoeveelheid materiaal dat direct voor veel mensen zichtbaar is, zo is toegenomen.

Hoewel de meeste van het ‘raw combat footage’ ook wel weer snel werd weggehaald (beroemd en berucht is bijvoorbeeld de Aegis sniper video gemonteerd op Elvis Presley’s ‘Mystery Train’), heeft de democratisering en digitalisering van de media heeft het zeker moeilijker gemaakt om de beeldenstroom te controleren. Journalisten en filmmakers worden toegelaten, ‘embedded reporting’ is een feit geworden. Anders dan in de Vietnam en eerdere Golfoorlog komen de beelden nu van vele verschillende kanten. Ook de ‘rebellen’ filmen hun acties en verspreiden deze online, de Arabische wereld heeft Al Jaze era tegenover CNN, de beelden van soldaten met camera’s op hun helm of in de hand, brengen de frontlinie dichterbij dan ooit tevoren mogelijk was. In ieder geval is het duidelijk dat het beeld intussen een nieuwe en eigen rol in de oorlog is gaan spelen, waarbij we dichter bij de front linie kunnen komen dan ooit eerder. En dat wanneer iets niet is gefilmd, het geen zin heeft een actie uit te voeren: de beelden ervan op internet kunnen immers snel over de wereld verspreiden en op die manier een wapen in de strijd zijn. Een film waarin de rol van de media heel expliciet aan de orde komt is Redacted van Brian de Palma, een fictiefilm, volledig samengesteld uit (nagespeeld) materiaal dat hij op Internet tegenkwam, en verteld via verschillende formats en genres: video dagboeken, surveillance beelden, het documentaire genre, Skype gesprekken met het thuis front, websites met verborgen camera opnames, etcetera. Redacted wordt ook wel de ‘Casualties of Warvan de Youtube generatie’ genoemd.

In Full Battle Rattle volgen we een groep Amerikaanse militairen die als voorbereiding op hun missie in Iraq naar een trainingskamp in de Mojave Woestijn gaan voor een 14-daagse simulatie oefening in een nagebootst Irakees dorp. We maken ook kennis met gevluchte Irakezen die de militairen helpen in de simulatie-oefening. Ik ga hier niet veel inhoudelijk over zeggen, maar wat opvalt is dat, net als in de fictiefilms, er een grote rol is voor de media, ook in de simulatie. Maar wat nog opvallender  is, is het feit dat feit en fictie, performance en werkelijkheid, door elkaar gaan lopen. Elke deelnemer krijgt een bepaalde rol, waarbij hen zo veel mogelijk achtergrond informatie wordt gegeven over zijn of haar achtergrondgeschiedenis, motivatie (voor of tegen de Amerikanen), familiesituatie, verlangens en gevoelens. Van de 350 uur filmmateriaal dat de filmmakers hebben gedraaid hebben ze een montage gemaakt van 85 minuten die het ‘theater van de oorlog’ heel letterlijk als performance neerzet. Of zoals er wordt gezegd, de oorlog is hier ‘one big reality show’.

Maar wat ook gebeurt is dat deze fictieve simulaties het overnemen, dat mensen na een paar dagen zo in hun rol vallen dat het echt wordt, of in ieder geval echt voelt. En ook dat zegt veel over de macht van het beeld en de verbeelding. De hele simulatie volgt een soort ideaal Hollywoodsscenario: occupation, insurgence, counter-insurgence, collateral damage, civil war, reconstruction en withdrawal. En, zo als elk goed Hollywoodscenario betaamt,  gebeuren er ook onverwachte dingen – net als in de echte oorlog. De film stelt impliciet wel de vraag in hoeverre dit Hollywoodscenario voor iedereen zal opgaan: verschillende soldaten zullen niet meer in levende lijven terugkeren van het echte front. En de Irakees die op het eind toch een verblijfsvergunning krijgt, is niet representatief voor de miljoenen vluchtelingen die deze oorlog opleverende. In ieder geval laat Full Battle Rattle wel expliciet zien hoe media, scenarios en simulaties deel uitmaken van de hele oorlogsmachine.

 

Tim Hetherington

Die rol van de media, van beelden, in moderne oorlogsvoering is wat Tim Hetherington ook onderzocht in zijn werk als ‘beelden-maker’ van oorlogssituaties. Naar aanleiding van de documentaire die hij met Sebastiaan Junger maakte, Restrepo (gefilmd in 2007/2008, uitgebracht in 2010) waarvoor zij als embedded journalists voor 15 maanden bij een Amerikaanse divisie in een levensgevaarlijke buitenpost in Afganisthan verbleven, verklaarde hij in verschillende interviews dat de film is andere beelden (bijvoorbeeld de foto’s van Infidel of Sleeping Soldiers) van context voorziet. In ieder geval maakte Hetherington gebruik van het multimediale landschap om zo op verschillende (aanvullende)  manieren aspecten van de oorlog in beeld te brengen. Twee dingen vallen daarbij bijzonder op aan Hetheringtons foto’s.

In een media overladen wereld, was het ten eerste Hetherington’s streven beelden te maken die iets van de authenticiteit van de oorlog laten zien, de intimiteit en diepe menselijkheid en broederschap in het hart van de oorlogsmachinee: de jongens kunnen elkaar wellicht haten, zegt hij in een interview op Youtube, maar ze zouden ook voor elkaar sterven; sterker nog, ze sterven ook voor elkaar. In die zoektocht naar authenticiteit en intimiteit in de beelden, is Hetheringtons werk dus tegengesteld aan Baudrilard’s cynische opvatting van de oppervlakkigheid van de beeldcultuur die alleen maar inauthentieke, speactaculair lege beelden laat zien. Geen verdwijnende werkelijkheid achter een onpersoonlijke beeldenlaag, zoals Baudrillard stelde, maar het persoonlijke, menselijke, authentieke dat in de beelden te zien en te voelen is. Hetherington bereikte die dimensie alleen door diep engagement van zijn eigen lijf en leden (dat hem, zoals bekend,  hem uiteindelijk in 2011 in Misurata in Libië tragisch fataal is geworden).

Werkend vanuit het hart van de beeldcultuur en oorlogsmachine, was Hetherington ten tweede ook altijd gefascineerd door de feedback loop tussen ‘the theater van de oorlog’, de beelden van oorlog, en de manier waarop jong mannen in de oorlog zich weer modelleren naar wat ze gezien hebben in foto’s, op televisie, in film. Hetherington raakte hierin geïnteresseerd  in de burgeroorlog in Liberia in 2003 waar hij (ook na het einde van de oorlog) enkele jaren verbleef. Hier zag hij hoe jonge jongens poserend de wapens opnamen, gemodelleerd naar foto’s en films die men had gezien van andere oorlogssituaties. In die zin vertelt Full Battle Rattle ook iets over de moderne oorlogsmachine in de beeldcultuur als ‘oorlogstheater’ en als een grote ‘reality show’. Feit en fictie, performance en authenticiteit blijven elkaar achterna zitten.  De camera is daarbij definitief onderdeel  geworden van de ‘full battle rattle’, de volledige wapenuitrusting en bepakking van de soldaat. En in die zin is deze film ook een perfecte keuze binnen het programma bij het werk van Hetherington. Op het einde van de film wordt het Iraqese dorp omgebouwd tot een Afgaanse outpost. Tim Hetherington is dan al in de Korengang valley in Afganistan om Restrepo te filmen. Maar eerst vanavond Full Battle Rattle - met bijzondere en bizarre waarheden over de moderne oorlogsmachine waar ook Hetherington deel van uitmaakte.

Tenslotte nog een opmerking van Hetherington’s vriend Sebastian Junger, de regisseur van Which Way is the Frontline from Here? The Life and Time of Tim Hetherington (2013), de indringende documentaire die gister hier werd vertoond. Op het einde van de film haalt Junger een Vietnamveteraan aan, die hem aansprak na Hetheringtons overlijden. De veteraan stelde dat   oorlogstrauma niet wordt veroorzaakt door de wetenschap dat je zelf dood gaat, “Deep Trauma comes from the pain of others and the sense of being part of the machine that is hurting people - you are part of it, and it leaves you quite ashamed.” Heel anders dan Susan Sontag in haar fameuze essay Regarding the Pain of Others die verklaarde dat beelden nooit de ‘pain of others’ kunnen laten voelen, is dit nu precies wat Hentherington wel overbracht: in zijn beelden liet hij ons de pijn (maar ook de vriendschap en intimiteit) van anderen voelen. En zonder soldaat te zijn geweest is Junger een oorlogsveteraan die niet alleen zijn ‘brother in arms’ heeft verloren, maar zich ook diep realiseert hoezeer de media, de fotojournalist en filmmaker, een onderdeel van de oorlogsmachine zijn geworden. Full Battle Rattle als film, en alle andere beelden in ons collectieve geheugen zijn politieke wapens waarbij feit en fictie vreemde banden met elkaar aangaan.