Van bioscoopscherm naar hersenen

Een interview met Patricia Pisters door Kayleigh Tervooren (Journalistiek, Universiteit van Leiden)

Naast een aantal filmposters hangt een print van Muybridge, de grondlegger van het bewegende beeld. Dit is het kantoor van een filmwetenschapper in hart en nieren. ‘Ik ontdekte film toen ik in Frankrijk studeerde. Daar werd film serieus genomen en er heerste een echte cinefiele cultuur. Ik besefte dat je veel meer met film kan dan er met popcorn naar kijken’, vertelt Patricia Pisters, hoogleraar Filmwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Toen Pisters haar doctoraal begon eind jaren '80, bestond er nog geen opleiding Filmwetenschap. Naast haar studie Frans gaf een vrij doctoraal Filmkund haar de kans een volledig eigen programma samen te stellen. Inmiddels is ze al 20 jaar verbonden aan de opleiding Media en Cultuur in Amsterdam, waar Filmwetenschappen niet meer weg te denken is. ‘Ik noem mijzelf filmfilosoof,’ aldus de wetenschapper, ‘ik ben op zoek naar wat een mens ‘mens’ maakt en welke rol beeldcultuur daarbij speelt. Het is ook een fascinatie voor film: hoe geef je tegelijkertijd uiting aan schoonheid en tragedie? Hoe leer je via film zelf te leven? Welke vraag je ook hebt, je kunt hem stellen via film. Film is alles, er bestaat een één op één relatie tussen leven en beeld.’

Wanneer je naar de lijst met publicaties van Pisters kijkt, vormt de Franse filosoof Gilles Deleuze al vanaf 2001 een rode draad door haar werk. Tijdens haar studie Franse literatuur kwam de filmfilosofe, door een boek over Marguerite Duras, voor het eerst in contact met Deleuze. ‘Ik leerde zijn theorieën kennen en dacht, dit is hoe ik denk dat de complexiteit van de wereld in elkaar zit. Deleuze bood hier een theoretisch kader voor. Pas later ontdekte ik zijn filmboeken.’ 

Maar hoe ontstaat dan een jarenlange fascinatie voor deze Franse filosoof? ‘It grows on you. Het is net een kristal. Je begint ergens, en er komt steeds een nieuw laagje om dingen te begrijpen bij.’ De filmwetenschapper, met haar imponerende kennis en ervaring, vertelt dat zij Deleuzes werk de eerste drie weken las zonder het te begrijpen. Vanuit haar eigen gedachten probeerde ze steeds een brug te slaan naar de theorie. Haar passie is na deze ontmoeting met Deleuzes theorieën blijven groeien. 

Deleuze schreef in 1986 en 1989 twee boeken over film. Pisters noemt hem een ‘vreemde eend in de bijt.’ De filmtheorie die in de jaren ’60 gangbaar was, was vooral gebaseerd op het structuralisme. Deleuze week hier vanaf en baseerde zijn filmtheorie op het werk van Henri Bergson. ‘Hij stelt dat beelden geen representaties van de werkelijkheid zijn, maar ook niet alleen een idee. Hij maakt een onderscheid tussen perceptie- en herinneringsbeelden. Het is een spel tussen het actuele en het virtuele. Beelden hebben een eigen werkelijkheid. Deleuze kijkt naar wat beelden voor ons betekenen en ziet ze als volwaardige objecten.’

In 2012 publiceerde Pisters het boek The Neuro-Image, waarin ze Deleuzes filosofie combineert met neurowetenschappen. Deleuze maakt een onderscheid tussen bewegingsbeeld en tijdsbeeld. Het bewegingsbeeld was de eerste manier van film. Dit is het klassieke Hollywoodgenre van voor de Tweede Wereldoorlog. Personages hebben hierin de mogelijkheid tot actie en handelen. Na de oorlog is dit veranderd in het tijdsbeeld, waarbij handelen nauwelijks mogelijk is. ‘Film wordt hier gekenmerkt door trauma’s. Het virtuele, oftewel de herinneringsbeelden komen hierin tevoorschijn. Er verschijnen allerlei lagen uit het verleden, waardoor film niet meer zo lineair is als in het bewegingsbeeld. Het verleden en heden lopen door elkaar. De hersenen zijn belangrijk om dit tijdsbeeld te kunnen begrijpen. De hersenen zíjn het scherm.’

‘Ik kijk naar de manier waarop het filmbeeld is getransformeerd. Films als Eternal Sunshine of the Spotless Mind (2004), Avatar (2009) en Inception (2010), zijn wezenlijk anders dan films uit de jaren ’60.’ Pisters onderzoekt wat er gebeurd is waardoor tijd nu anders ervaren wordt. In het bewegingsbeeld staat het heden centraal, in het tijdsbeeld het verleden, en nu in haar neuro-image juist toekomstscenario’s. De filmfilosofe gaat hiermee verder dan de theorie van Deleuze.

Was de stap als filmwetenschapper naar de neurowetenschappen dan makkelijk gezet? ‘Dit was zeker een uitdaging,’ stelt Pisters. Ze prijst de digitalisering en de database van de bibliotheek die dit voor haar hebben mogelijk gemaakt. Ze is zelf gaan zoeken en begon bij het basisboek voor studenten neurowetenschappen. Ze probeerde connecties te maken met specifieke vragen op basis van filmtheorie. ‘Deze ontmoeting tussen verschillende principes is zeer vruchtbaar. Het geeft je de mogelijkheid allerlei nieuwe vragen te stellen, en er zijn verschillende antwoorden mogelijk. Hoe werken systemen samen? Hoe werkt emotie? Wat gebeurt er in een film dat het soms empathie opwekt en je soms juist gelijk kan grijpen en meevoeren? Het is een constant gevecht tussen verschillende antwoorden en ze zijn allebei waar. Je moet altijd blijven denken om verder te kunnen komen.’

Over de effecten van film op de samenleving zegt Pisters: ‘Film geeft onbewust script aan ons leven in heel veel verschillende vormen. Van puur propaganda tot de invloed van het beeld op cultuur an sich.’ Ze noemt Video-diaries uit Irak, die laten een link zien tussen technologie en entertainment. Ook games zijn vervlochten met militaire technologie, en de kleurenfilm werd ontdekt in de oorlogsindustrie. ‘Een oorlog is fundamenteel anders als soldaten beelden online zetten dan wanneer er geen beelden zijn.’

‘Ik hoop dat het nog veel verder gaat’, antwoordt de filosofe enthousiast op de vraag of The Neuro-Image het product is van al het werk dat zij door de jaren heen gebaseerd heeft op Deleuze. ‘Technologie is de basis van het mens zijn. Herinnering is onlosmakelijk verbonden met technologieën als filmbeelden. Film als technologie is dus fundamenteel voor het mens zijn.’ Hoe verbonden film met de mens is, zo verbonden is Pisters met de filmwetenschap. Ze is nog lang niet weg te slaan uit het academische veld en zal in haar onderzoeksgroep film- en neurowetenschappen dichter bij elkaar blijven brengen.